Synchroonzwemmen en groeispurts

Written by ZV de Zaan

Bij synchroonzwemmen zijn een aantal dingen heel belangrijk. Twee ervan zijn spanning en rompstabiliteit. Deze heb je nodig om figuren goed uit te kunnen voeren. Rompstabiliteit betekent eigenlijk dat je je buik-, bil- en rugspieren samen zo kan aanspannen dat je helemaal recht bent. Als we praten over spanning, dan gaat het meestal over spanning in de benen. In combinatie met rompstabiliteit, sta je of helemaal recht op je kop in het water met je benen boven water, of lig je mooi aan het wateroppervlak met of de achterkant of de voorkant van je lichaam boven water.

Als dit onder controle is, is voor het uitvoeren van figuren natuurlijk nog een onderdeel belangrijk: de stuwing. Deze moet op de goede plaats en op de goede manier worden uitgevoerd. Dan is alles in balans.

En dan heb je alles onder controle, je bent al aardig op weg met mooie figuren te laten zien, en dan komt er een groeispurt tussendoor. Deze groeispurts kunnen behoorlijk roet in het eten gooien. Zo lig je op schema voor mooie punten op een wedstrijd of diplomazwemmen en zo lukt niets meer en gaat de wedstrijd niet zo goed en laten de trainsters je toch maar niet afzwemmen (dat is vervelend, maar zakken op een diplomazwemmen is nog veel vervelender). Je groeit nooit gelijkmatig, maar zo rond je 10e (bij meisjes, maar ja, bij ZV de Zaan zijn er geen jongens bij het synchroonzwemmen, dus ik heb het alleen over meisjes) begint de groeispurt. Je groeit dan in een paar jaar tijd zomaar ongeveer 30 centimeter.

En groeide alles nou maar tegelijk, maar helaas, dat is niet zo. Eerst groeien je handen, voeten en hoofd. Daarna je armen en benen. En daarna pas weer je romp. En dan groeit alles ook nog niet gelijkmatig, maar met schokjes. Dit merk je bij de zwemsporten het meest bij synchroonzwemmen (en schoonspringen). Plotseling zijn je verhoudingen anders en moet je dingen gaan aanpassen. Waar je een figuur perfect beheerste, kan je zomaar ineens omvallen. Je verhoudingen zijn anders, dus je spanning moet anders, je moet aanpassen in je rompstabiliteit en misschien moet zelfs je stuwing wel iets hoger of lager. En dat is heel frustrerend, want voor je gevoel kom je maar niet verder en oefen je dingen die je allang kon. En het duurt ook weer zo lang voordat je een keer mag afzwemmen voor het volgende diploma, of een limiet of een medaille haalt.

Dat snappen de trainsters wel hoor, dus dat mag je best voor of na een training (niet onder de training, dat is zo zonde van de weinige tijd in het water) aan ze vragen, dan kunnen ze het je uitleggen. En soms kan je ineens ook heel snel gaan. Dat is een moment dat je even niet zo hard aan het groeien bent.

Let op: zelfs al ben je ongeveer even oud dan nog zal je niet helemaal even snel en op het zelfde moment groeien (was dat maar waar, dat zou makkelijk zijn!)

Tot slot: wisten jullie dat de afgelopen jaren is gebleken dat de synchroontrainsters eerder dan de moeders en vaders wisten dat er een groeispurt in de lengte aan zat te komen? Dat kunnen ze hieraan zien.

En na de groeispurt zijn er weer andere zaken die de balans kunnen verstoren, maar daarover een andere keer.